Karakter Drentsche Patrijshond
Door een rashond aan te schaffen, weet u in grote lijnen wat u kunt (moet!) verwachten qua karaktereigenschappen. Rashonden zijn niet alleen op uiterlijk gefokt, er wordt al vele generaties lang geselecteerd op het karakter en de aanleg voor bepaalde werkzaamheden. Afgezien van enkele rassen die puur wegens een bepaald uiterlijk zijn gefokt, zijn de meeste rassen ontstaan op grond van een aanleg voor bepaald “werk” (schapen hoeden, waken, jagen etc). Zo ook de Drentsche Patrijshond.
Een Drent is op de eerste plaats een jachthond, voornamelijk een “staande” jachthond. Hij is nog veel meer, maar als u overweegt een Drent te kiezen, is het jachtinstinct een hele belangrijke eigenschap om rekening mee te houden.
Er zijn rassen, zoals de Golden Retriever, waarin er een splitsing is ontstaan tussen ‘showhonden’ (gefokt op uiterlijk) en ‘werkhonden (gefokt op de van oudsher aanwezige jachtaanleg). Bij het ras Drentsche Patrijshond is dat dat heel uitdrukkelijk niet zo en de rasvereniging spant zich er ook voor in om dit beleid te handhaven en uit te dragen.
Jachthond
Als jachthond is de Drent een “all-round” jachthond. Hij kan wild (bijvoorbeeld een patrijs of fazant) vinden, gebruikmakend van de wind die de geur van het wild meedraagt. Als hij wild heeft ontdekt, zal hij het wild “voorstaan”: aanwijzen door stokstijf stil te staan met zijn neus in de richting van het wild. Vaak tilt hij dan een voorpoot op. Zolang de hond zo staat, durft het wild niet te vluchten (het zal zich “drukken”). Als de jager dichterbij komt en het commando geeft om het wild ‘”uit te stoten”, dan jaagt de hond het wild op en kan de jager het schieten. Honden die speciaal voor dit werk (zoeken en aanwijzen) zijn gefokt, zijn bijvoorbeeld Pointers.
De Drent kan ook goed “apporteren” (geschoten wild opzoeken en ongeschonden naar de voorjager brengen). Voor dit werk zijn ook specialisten gefokt: de retrievers (Flatcoated Retriever, Golden Retriever en Labrador zijn de bekendste rassen).
Het ras Drentsche Patrijshond is ontstaan in Nederland, in Drenthe. De Drent is dan ook met name geschikt voor de jachtvelden zoals die er waren in Drenthe: niet al te uitgestrekt. De Drent jaagt “onder het geweer”, dat wil zeggen: hij blijft in de buurt van de jager. Een Drent is minder geschikt om op hoge snelheid grote velden af te zoeken, hij werkt minder snel dan bijvoorbeeld een Duitse Staander, maar is wel heel zorgvuldig en houdt steeds contact met de voorjager (degene die met de hond werkt). Dit zult u ook merken als u met uw Drent in het bos of op de hei bent: de hond volgt zijn neus, maar houdt u goed in de gaten.
Het is beslist niet nodig om "echt" te jagen met een Drentsche Patrijshond, maar u zult de hond en uzelf een enorm plezier doen als u de jacht-eigenschappen aanspreekt. Bijvoorbeeld door een jachtcursus te volgen of door bij het uitlaten van de hond spelvormen toe te passen, waarin hij zijn instincten kan benutten.
De Drent is gefokt om zonodig zelfstandig te werken, om zelf zijn beslissingen te nemen (om het wild te vinden). Hij heeft ook flink wat beweging nodig en dat liefst elke dag.
Gezinshond
De Drent is niet alleen een “all round” jachthond, hij is ook een perfecte gezinshond. Hij voelt zich pas prettig als ie onderdeel uitmaakt van het gezin (“onder de mensen” mag zijn). Hij is heel lief en trouw voor zijn “roedelgenoten”. Een Drent heeft een zacht karakter. Hij snapt snel wat de bedoeling is, en heeft dan aan een kleine aanwijzing genoeg om te doen wat er gevraagd wordt.
Waakhond
Tenslotte is een Drent ook een waakhond. Zo lief als ie is voor de huisgenoten, zo attent zal hij zijn op ongenode gasten. Van oudsher is de Drentsche Patrijshond mede gebruikt als erfhond en die eigenschappen zijn er nog steeds. De boeren in het Drentse land hadden geen geld voor luxe gespecialiseerde (jacht)honden, maar hadden een hond die alles tegelijk was.
| Volgende > |
|---|